Antilichamen van moeder naar kind

Onderzoek gepubliceerd in Nature Communications wijst uit dat antilichamen die van moeder op kind overgaan voor, tijdens en na de zwangerschap niet alleen kortstondige bescherming bieden in de vroege kindertijd. Volgens het onderzoek van professor Avi-Hai Hovav en DMD/PhD-student Reem Naamneh van de Faculteit Tandheelkunde van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem programmeren deze antilichamen het immuunsysteem zodanig dat levenslange bescherming tegen tandvleesziekte kan ontstaan.

Twee verschillende beschermingsmechanismen

Het onderzoek gebruikte muismodellen om twee beschermingspaden te onderzoeken. Antilichamen die tijdens de zwangerschap worden doorgegeven bereiken de speekselklieren van de pasgeborene en worden in speeksel uitgescheiden. Deze antilichamen helpen het zich ontwikkelende immuunsysteem onderscheid te maken tussen onschuldige bacteriën en echte bedreigingen. Bij muizen zonder deze prenatale antilichamen was de immuuncelactivatie verhoogd, waren bacteriële hoeveelheden in speekselklieren en tandvlees groter, en was de gevoeligheid voor parodontitis op volwassen leeftijd aanzienlijk hoger.

Antilichamen uit moedermelk vervullen een ander doel: ze ondersteunen de lichamelijke ontwikkeling van het mondepitheel, het slijmvlies in de mond. Zonder deze antilichamen of bij verstoring door antibioticagebruik verzwakt de integriteit van die barrière. Het onderzoek toont aan dat moederlijke immunoglobuline G (IgG) specifiek gericht is op bacteriën uit de familie Pasteurellaceae, pathobionten die verband houden met agressieve vormen van parodontitis.

Toekomstige preventiestrategieën

De onderzoekers stellen voor dat deze bevindingen toekomstige preventiestrategieën kunnen ondersteunen, waaronder moederlijke immunisatie tijdens de zwangerschap. Dit zou de specifieke antilichamen die aan het kind worden doorgegeven kunnen versterken en het risico op chronische mondinfectie later in het leven kunnen verminderen. De auteurs benadrukken dat verder onderzoek in menselijke populaties nodig is voordat klinische conclusies kunnen worden getrokken, aangezien de huidige bevindingen op muismodellen zijn gebaseerd.