Hemisecties en lange-termijnprognose

Wortelresecties hebben een hoge slagingskans wanneer ze correct worden uitgevoerd en geïndiceerd. Onderzoek op basis van casussen met tot vijftig jaar vervolgobservatie toont aan dat gebitselementen na resectie het best presteren wanneer minstens 50% van het bot rond de resterende wortel behouden blijft. Indirecte restauraties en splintbehandeling (verbinding met buurelementen) verbeteren de prognose aanmerkelijk.

Impact op de restauratiekeuze na resectie

Na wortelresectie neemt de parodontale steun van het behandelde gebitselement af. Dit stelt grenzen aan de mogelijkheden voor brugkeuzes. Een brug van de geresecteerde wortel naar een buurtand met veel meer resterende aanhechting kan tot vroegtijdig falen van de restauratie leiden. Het botniveau tijdens resectie bepaalt dus niet alleen de prognose van de resectie zelf, maar ook welke restauratieve opties praktisch haalbaar zijn.