AMY1-kopieaantal beïnvloedt risico op cariës bij zetmeelconsumptie
Onderzoek toont aan dat het AMY1-kopieaantal bepaalt of zetmeel het cariësrisico verhoogt, met gevolgen voor voedingsadviezen in de praktijk.
Onderzoekers van Cornell University hebben aangetoond dat zetmeel, afhankelijk van iemands genetische aanleg, kan bijdragen aan het ontstaan van cariës. De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Microorganisms, onderzocht hoe het orale microbioom reageert op zetmeel in combinatie met het AMY1-gen, dat codeert voor het speekselamylase-enzym. Het aantal kopieën van dit gen bepaalt mede hoe de bacteriële samenstelling in de mond verandert na zetmeelconsumptie. Eerder onderzoek koppelde een hoog AMY1-kopieaantal al aan verhoogde niveaus van Porphyromonas endodontalis, een bacterie die sterk geassocieerd wordt met parodontitis. De nieuwe studie laat zien dat mensen met een hoog kopieaantal zetmeel efficiënter afbreken, waardoor suikers vrijkomen waarop bacteriën zoals Streptococcus groeien. In de 31 onderzochte speekselmonsters, afgenomen in Ithaca, New York, varieerde het AMY1-kopieaantal van twee tot twintig. Populaties met een lange geschiedenis van landbouw en zetmeelconsumptie hebben gemiddeld meer kopieën. Hoofdauteur Angela Poole, universitair docent moleculaire voeding, adviseert dat mensen met een hoog AMY1-kopieaantal net zo alert moeten zijn op tandpoetsen na het eten van verteerbaar zetmeel als na het eten van suiker. Voor tandartsen betekent dit dat voedingsadviezen rond cariëspreventie mogelijk afgestemd moeten worden op de genetische achtergrond van de patiënt.